Zo rekenen we
Eén punt is 38 tot 45 cm² bovenkant bij een taart van gewone hoogte. Aantal punten = oppervlakte ÷ 45 (ruime punten) tot oppervlakte ÷ 38 (kleinere punten). Oppervlakte rond = π × (d / 2)². Een hoge laagjestaart vanaf 10 cm snijd je in smallere punten: dan rekenen we met 1,5 keer zoveel punten.
Bron: Redactie bakprijzen.nl: een springvorm van 24 cm geeft 10 à 12 punten bij een taart van 6 à 8 cm hoog.
| Diameter | Oppervlakte | Gewone taart | Hoge taart |
|---|---|---|---|
| 16 cm | 201 cm² | 4–5 | 7–8 |
| 18 cm | 254 cm² | 6–7 | 8–10 |
| 20 cm | 314 cm² | 7–8 | 10–12 |
| 22 cm | 380 cm² | 8–10 | 13–15 |
| 24 cm | 452 cm² | 10–12 | 15–18 |
| 26 cm | 531 cm² | 12–14 | 18–21 |
| 28 cm | 616 cm² | 14–16 | 21–24 |
| 30 cm | 707 cm² | 16–19 | 24–28 |
Bak je in een andere vorm dan het recept? Met bakvorm omrekenen zie je hoeveel beslag je nodig hebt.


